
Interview met hoogleraar psychiatrie Aartjan Beekman
Zet in op netwerkzorg om het aantal suïcides te verminderen, stelt Aartjan Beekman, hoogleraar psychiatrie. ‘De oorzaak van suïcide is meestal een mix van omstandigheden. Met alleen een ggz-behandeling kom je er niet.’
In december 2025 nam Aartjan Beekman afscheid bij het Amsterdam UMC en ging hij met pensioen. In zijn veertig jaar lange loopbaan als hoogleraar en psychiater zag hij veel veranderen op het gebied van suïcide en de preventie daarvan. ‘Als ik kijk naar hoe ik zelf ben opgeleid en hoe we nu jonge psychiaters opleiden, dan is daar veel meer aandacht voor’, licht hij toe. ‘En in de samenleving zie je dat het stigma is afgenomen. Er wordt makkelijker over suïcide gesproken, ook door bekende Nederlanders en zelfs het koningshuis. En er zijn veel meer partijen die vinden dat ze er iets mee moeten doen. Voor gemeenten is het nu zelfs een wettelijke plicht.’
In 2012 werd de eerste richtlijn suïcidaliteit voor de ggz opgesteld. In 2025 werd deze vernieuwd. Toch hebben deze ontwikkelingen en maatregelen niet geleid tot een afname van het aantal suïcides. Het aantal bleef de afgelopen jaren onverminderd steken op dik 1800 per jaar. Dat is drie keer zoveel als sterfgevallen door een verkeersongeval. Beekman meent dat het aantal suïcides met 40 procent omlaag kan als verschillende partijen, zoals ziekenhuizen, huisartsen, het sociaal domein en de ggz beter gaan samenwerken. Deze netwerkzorg zou niet overal hetzelfde moeten zijn, maar afgestemd moeten zijn op de specifieke omstandigheden in een bepaalde regio.
Hoe ziet netwerkzorg eruit en waarom is dat nodig?
‘De netwerkzorgbenadering gaat over het inzetten van verschillende interventies tegelijkertijd die je met een aantal partijen samendoet. Zo komen veel mensen die een suïcidepoging doen bij de spoedeisende hulp terecht. En bijna altijd gaan die mensen daarna weer naar huis. Terwijl het heel cruciaal is om ze dan niet los te laten. Uit onderzoek <<bron>> blijkt dat je nieuwe pogingen en suïcides met 40 tot 50 procent kunt reduceren als je de continuïteit van zorg vervolgens goed weet te organiseren. Want dit is echt een hoog-risicogroep. En daarvoor heb je de artsen, de verpleegkundigen op de SEH, de huisarts en de ggz nodig. Geen van die partijen kan dat alleen.’
Lees het hele artikel in Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (voorjaar 2026)